Je hebt een USB-controller gekocht. Misschien de Hercules DJ Control Inpulse 300, misschien een ander model.
▶Inhoudsopgave
Hij ligt voor je, de software is geïstalleerd, en je hebt duizenden nummers op je laptop.
Maar hoe begin je eigenlijk met mixen? Hoe zorg je dat twee tracks naadloos in elkaar vloeien, zonder die vieze pieptoon of die ongemakkelijke pauze? Geen zorgen.
We nemen je bij de hand. Geen ingewikkelde theorie, geen jargon — gewoon stap voor stap uitgelegd hoe je je eerste echte mix maakt met een USB-controller.
Wat heb je nodig om te beginnen?
Voor je begint met mixen, heb je drie dingen nodig:
- Een USB-controller: Bijvoorbeeld een Hercules DJ Control Inpulse 300, een Pioneer DDJ-200 of een Numark Party Mix. Deze controllers vervangen een traditionele draaitafel en mixer.
- DJ-software: De meeste controllers worden geleverd met gratis software. Denk aan Serato DJ Lite, DJUCED (bij Hercules), of Rekordbox.
- Muziek: MP3- of WAV-bestanden op je laptop. Hoe hoger de bitrate, hoe beter de geluidskwaliteit. Streef naar minimaal 256 kbps, liever 320 kbps.
Zodra je controller is aangesloten via USB en de software herkent je apparaat, kun je beginnen.
De basisbegrippen: beat, BPM en structuur
Wat is BPM?
BPM staat voor Beats Per Minute. Dit is het tempo van een nummer.
Een typisch house-nummer heeft bijvoorbeeld 128 BPM, een hip-hop track ligt vaak rond de 85-95 BPM, en drum and bass gaat rond de 174 BPM.
Hoe zit een nummer in elkaar?
Om twee nummers mooi in elkaar te laten overgaan, moeten ze ongeveer hetzelfde tempo hebben. Daar komt beatmatching om de hoek kijken. Bijna elk dance- en popnummer heeft een 4/4-maat.
Dat betekent dat elke maat vier tellen heeft. Nummers zijn opgebouwd uit secties van 16 of 32 tellen: intro, verse, buildup, drop, breakdown, outro.
Waarom is dit belangrijk? Omdat je het best twee nummers op hetzelfde moment kunt laten overlappen — bijvoorbeeld de outro van nummer één met het intro van nummer twee. Dit zorgt voor een vloeiende overgang.
Beatmatching: de kern van mixen
Handmatig beatmatching
Dit is de belangrijkste techniek. Het doel: zorg dat de beats van twee nummers precies gelijktijdig vallen.
Hoe werkt het? Dit klinkt lastig, maar na een paar uur oefenen doe je het bijna automatisch.
- Laat nummer één spelen op de linker kanaal.
- Zet nummer twee op pauze op de rechter kanaal.
- Druk op de cue-knop van nummer twee zodat hij op het eerste begint.
- Luister met je hoofdtelefoon naar nummer twee terwijl nummer één via de speakers speelt.
- Gebruik de pitch-fader van nummer twee om het tempo aan te passen. Als nummer twee te snel gaat, zet je de pitch-fader naar beneden. Te langzaam? Duw hem omhoog.
- Zodra de beats samen vallen, laat je nummer twee los.
De meeste USB-controllers en software hebben een sync-knop. Hiermee laat je de software het beatmatching voor je doen. Handig voor beginners, maar opgelet: de sync-knop is niet altijd perfect.
Sync-knop: snel, maar niet altijd betrouwbaar
Vooral bij live-versies, aangepaste edits of nummers met variabele tempo's kan het misgaan. Leer daarom ook handmatig beatmatching — het maakt je een betere DJ.
Mixen: de overgang tussen twee nummers
De crossfader en volume-faders
Je controller heeft twee volume-faders (één per kanaal) en een crossfader. De crossfader bepaalt welke kanaal het hardst speelt: links is kanaal 1, rechts is kanaal 2.
Een vloeiende overgang werkt zo: De meeste controllers hebben EQ-knoppen: hoge tonen (high), middentonen (mid) en lage tonen (low).
- Nummer één speelt via kanaal 1.
- Je start nummer twee op kanaal 2 (in je hoofdtelefoon).
- Terwijl het einde van nummer één nadert, zet je de volume-fader van kanaal 2 langzaam omhoog.
- Tegelijkertijd zet je de volume-fader van kanaal 1 langzaam naar beneden.
- De crossfader gebruik je om de overgang af te maken.
EQ gebruiken voor een betere mix
Truc bij het mixen: wissel de bas uit. Als je twee nummers in elkaar mixt, zet je de low (bas) van kanaal 1 uit terwijl je de low van kanaal 2 aanzet. Dit voorkomt een rommelige, drie basis die door elkaar loopt.
Je eerste mix opnemen
De meeste DJ-software heeft een opnamefunctie. Bijvoorbeeld in Serato DJ Lite of DJUCED vind je een record-knop.
Druk erop en alles wat je mixt wordt opgeslagen als een audiobestand.
Belangrijk:
- Zorg dat je output correct is ingesteld (meestal onder "Audio" of "Recording" in de instellingen).
- Kies een formaat: WAV voor de beste kwaliteit, MP3 voor een kleiner bestand.
- Luister achteraf je mix af. Noteer wat goed ging en wat beter kan.
Veelgemaakte fouten van beginners
- Te snel willen gaan. Begin met nummers die qua BPM dicht bij elkaar liggen. Verschil van 2-4 BPM is prima. Meer dan 8 BPM is lastig.
- De bas niet wisselen. Twee baslijnen tegelijk = rommel. Gebruik de EQ.
- Niet in je hoofdtelefoon luisteren. Check altijd eerst in je koptelefoon of de beats synchroon lopen.
- Te hard mixen. Zachte overgangen klinken beter dan abrupte wisselingen.
Oefenen, oefenen, oefenen
Er is geen shortcut. Je eerste mix gaat niet perfect klinken. Dat is normaal.
De tweede is beter. De tiende is best wel goed.
De viftigste voelt als muziek. Kies twee nummers die je goed kent. Zet de controller aan. En begin.